De slogan die elke planner liet huilen (en tóch miljarden bereikte)
Photo: The original uploader was JonasRetro at Dutch Wikipedia., Public domain, via Wikimedia Commons
Er bestaat een moment in elke reclamepitch dat het kwijt begint. De klant kijkt naar het voorstel, frown, en zegt: 'Maar klopt dit wel met onze merkwaarden?' Meestal is dat een terechte vraag. Maar soms is het precies díe vraag die een legendarische campagne doodt.
Want de geschiedenis van de Belgische reclame leert ons iets ongemakkelijks: de campagnes die we nog steeds citeren, zongen en parodieerden, waren bijna allemaal zogenaamd onmogelijk. Elke planner had ze tegengehouden. Elke focusgroep had ze afgekeurd. En toch: iconisch.
De wiskunde klopt niet (en dat is oké)
Reclame draait in theorie om berekenbaarheid: doelgroep, tone of voice, merkwaarden, consistentie. Alleen zijn de slogans die in ons collectieve geheugen zijn gegrift zelden 'kloppend'. Ze zijn raar, storend of gewoonweg te dom om te vergeten.
Denk aan de reclames die je op feestjes nog steeds hoort: niet de strak gebrande, strategisch verantwoorde teksten, maar de absurde jingles en de slogans die eigenlijk nergens op slaan. Ze winnen niet omdat ze goed zijn, maar omdat ze iets breken. Onze hersens zijn gemaakt om patronen te herkennen — en niets blijft beter hangen dan een patroon dat nét niet klopt.
Wat de 'foute' campagnes gemeen hebben
Toch is het geen loterij. Als je de Belgische klassiekers naast elkaar legt, vallen er een paar dingen op:
Ze durven oncomfortabel te zijn. Niet storend om het storen, maar net genoeg off om je erover te laten praten. Een slogan die iedereen 'mooi' vindt, wordt vergeten. Een slogan die de helft 'slecht' vindt en de andere helft brult bij het eerste biertje, wordt erfgoed.
Ze nemen zichzelf niet serieus. Merken die hun eigen ernst loslaten, winnen sympathie. Belgische consumenten ruiken onmiddellijk wanneer een merk een masker opzet — en ze belonen de merken die het masker afdoen.
Ze zijn herhaalbaar. De beste 'slechte' slogans zijn eigenlijk taalspellen. Je kunt ze omzetten, citeren, in een andere context gebruiken. Dat is gratis mediabereik die geen mediaplanning kan kopen.
De valkuil: gek proberen te zijn
Nu het grote maar: je kunt 'gekkendom' niet bestellen. Het moment dat een merk zegt 'we gaan nu iets absurds doen', is het al te laat. De gekte moet van binnenuit komen, gedragen door een merk dat weet wie het is — en dus durft te falen.
Dat is misschien wel de belangrijkste les voor Belgische bedrijven, groot en klein: de risicovolste keuze is geen risico nemen. Een veilige campagne kost evenveel geld als een gedurfde, maar levert een fractie van de herinnering op. En reclame die niemand zich herinnert, is geen reclame. Het is decoratie.
Wat je ermee kunt als merk
Je hoeft morgen geen absurde jingle uit te rollen. Maar stel jezelf bij je volgende campagne drie vragen:
- Zou dit iemand durven doorvertellen? Zo niet, dan is het te veilig.
- Welke zin in deze campagne zou een planner wegstrepen? Kijk daar extra goed naar.
- Durven we fout te zijn? Niet roekeloos, maar menselijk.
De reclametijdperk van de computer heeft ons uitgerekend wat de perfecte campagne zou moeten zijn. De praktijk leert ons iets anders: de campagnes die we liefhebben, zijn de campagnes die de berekening trotseerden. Een beetje meer lef, een beetje minder Excel — soms is dat de hele merkstrategie die je nodig hebt.