Perfect is onzichtbaar: het pleidooi voor lelijke reclame
Photo: clashing colorful retro poster design on city wall, via i.pinimg.com
Open eens een willekeurig reclame-overzicht van de afgelopen maanden. Wat zie je? Warme kleurpaletten die uit dezelfde trendkaart lijken te komen, dezelfde ronde sans-serifs, dezelfde zonnige mensen die lachen naar een product dat ze vast nooit kochten. Vlaanderen en Brussel produceren prachtige campagnes. Maar prachtig is geen onderscheidend kenmerk meer. Prachtig is de standaardinstelling.
En dat is het kernprobleem: als iedereen hetzelfde schoonheidsideaal hanteert, wordt perfectie onzichtbaar. Het oog filtert het weg, zoals welangsstraatmeubilair wegfilteren.
De schoonheidsnorm die ons in de weg zit
Waarom gebeurt dit? Simpel: niemand wordt ooit ontslagen omdat een campagne te mooi was. De opdrachtgever wil zijn merk beschermen, het bureau wil professioneel overkomen, de designer wil iets voor zijn portfolio. Iedereen schuift een klein beetje bij in dezelfde richting — en voor je het weet lijkt elke reclame op elke andere.
Maar reclame is geen interieurarchitectuur. Reclame moet allereerst opvallen voordat het iets kan zeggen. En opvallen doe je niet door beter te zijn dan de buren, maar door anders te zijn.
Bewust lelijk is niet hetzelfde als lui
Belangrijk om vast te leggen: het pleidooi hier is niet voor slordigheid. Een campagne die per ongeluk lelijk is, is gewoon slechte campagne. Het gaat om bewuste onschoonheid: een layout die bewust de regels overtreedt, een kleur die volgens elk kleurenboek niet mag, een foto die lijkt genomen met een telefoon uit 2007.
Denk aan de opvallende beweging van merken die in hun drukwerk bewust terug naar de hektafels van de jaren negentig gingen: vette WordArt-achtige letters, clashinge kleuren, een layout die elke rasterregel negeert. Het voelt raak, herkenbaar — en vooral: het voelt echt. Alsof er geen acht vergaderingen aan vooraf gingen, terwijl dat er natuurlijk wél waren. Dat is de paradox: extreme spontaniteit kost ontzettend veel werk.
De winst van het wrang zijn
Wat levert het op? Drie dingen.
1. Aandacht. Tussen een zee van pastel en minimalisme stopt de duim met scrollen bij iets dat lelijk genoeg is om te vragen: wat is dít?
2. Sympathie. Een merk dat zichzelf niet te serieus neemt, krijgt krediet. We vertrouwen mensen die een lelijke trui aantrekken meer dan mensen die er altijd perfect uitzien. Merken zijn daar niet anders.
3. Herkenbaarheid. Als jouw lelijkheid consequent is, wordt het een stijl. Denk aan de grove houtskool-esthetiek van sommige festivalcommunicatie of de bewust goedkope uitingen van bepaalde discounters. Niemand anders kan het stelen, want het zou bij hen dom staan.
Hoe begin je eraan, zonder dat je baas panikeert
- Begin klein. Neem één kanaal — een posteractie, een sociale-campagne — en test daar de rauwere toon. Niet meteen het corporate logo verbouwen.
- Documenteer de intentie. Zet in de briefing zwart op wit: 'deze campagne is bewust onschoon, omdat…'. Zonder die rationale wordt het afgeschoten in de eerste feedbackronde.
- Kies lelijkheid die past. Een bank die opeens als een rommelige garage-sale-poster communiceert, is wanhopig. Een wasserette die dat doet, is geniaal. De lelijkheid moet logisch voelen bij het merk.
- Meet anders. Kijk niet alleen naar likes, maar naar herkenbaarheid en doorverwezen conversaties. Lelijke campagnes worden besproken, en dat is moeilijker te meten maar meer waard.
De moed om af te wijken
Uiteindelijk is dit een verhaal over lef, niet over typografie. Het is makkelijk om mee te doen met de esthetische meerderheid. Het is spannend om als eerste een lelijke poster op te hangen in een straat vol perfecte campagnes.
Dus de volgende keer dat een ontwerp op tafel ligt en iedereen knikt en het 'mooi' vindt — zie dat als een waarschuwing, niet als een compliment. Mooi is veilig. En veilig is, in reclame, het gevaarlijkste wat er bestaat.